5 dingen waarmee je als teler de biodiversiteit vooruit helpt

5 dingen waarmee je als teler de biodiversiteit vooruit helpt

Het gaat niet goed met de biodiversiteit. Maar laat dat geen reden zijn om bij de pakken te blijven zitten, want we kunnen met z’n allen heel wat doen om het tij te helpen keren. Hier zijn alvast vijf dingen die jij dit jaar als teler kan doen om de biodiversiteit vooruit te helpen. Voilà, daar is het: je goede voornemen voor 2026.

Als je boven je terrein vliegt, wat zie je dan? Is je veld eentonig, of valt er in elk seizoen iets te rapen? Heb je een afwisseling van grote en kleine elementen, of enkel lange rijen bloemen? Beeld je in dat de plek die daar beneden ligt gonst van het leven én dat er ook mensen rondlopen, oogsten en genieten. Met deze tips kan je daarvoor zorgen.

Zorg voor bloei in elk seizoen Als je kiest voor een divers aanbod aan bloemen, heb je al een groot deel van het jaar bloei. Bloeit er op een bepaald moment niets? Vul je assortiment dan aan met bijvoorbeeld winterbloeiers of bloeiende bomen en heesters. Niet alles hoeft op te brengen: sneeuwklokjes of krokussen zal je zelden gebruiken, maar ze helpen vroeg uitvliegende hommels en staan niet in de weg.

Kies (ook) voor inheems Lokale fauna heeft lokale flora nodig. Denk bijvoorbeeld aan de dagpauwoog en de brandnetel. Voor jou een kleine moeite om die waardplanten te laten staan, voor veel soorten een kwestie van overleven. Laat plukjes wilde soorten staan, reserveer een strook voor wilde planten en kies ook in je teelten voor de inheemse variant (hallo duizendblad, wilde peen, vingerhoedskruid, smeerwortel of duinroos).

Voorzie schuilplekken voor winterslapers Laat uitgebloeide stelen de hele winter staan als schuilplaats voor insecten en laat hopen bladafval of takken liggen voor egels en andere kleine zoogdieren. Wacht met opruimen tot de beestjes klaar zijn met hun winterslaap.

Laat wortels zitten! Ongeveer een kwart tot een derde van alle organismen leeft in de bodem: schimmels, bacteriën, aaltjes, miljoenpoten, regenwormen, mollen en muizen. Door het bodemleven te stimuleren doe je dus heel wat. Je kent de dril: bodem bedekt houden, oppervlakkig composteren, geen diepe bodembewerking… Deze tip ontdekte ik zelf pas laat: laat de wortels van eenjarige teelten na de oogst zitten. Je kan de teelt staande laten afsterven of maaien en tussen de plantenresten een nieuwe teelt planten.

Zorg voor afwisseling Een afwisselend geheel is veel interessanter voor het dierenleven. Denk aan variatie in soorten, maar ook in landschapselementen. Wissel kort gras af met hooiland, bloemenrijen met bomenrijen, open en gesloten begroeiing. Zo zorg je ervoor dat er voor elke gast wat te rapen valt. Ook voor jou.